Psychologische aspecten van vakantie, huwelijk en moderne samenleving

image_pdf

 27 juli 1962

Wij willen u eraan herinneren, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Verder wijs ik u erop, dat wij de volgende week slechts over één enkele spreker kunnen beschikken. De discussie zal – naar wij menen – uw belangstelling hebben, gezien het onderwerp dat wetenschap en tovenarij naast elkaar beziet. De daarop volgende vrijdag zal tevens de laatste zijn van dit verenigingsjaar. Wij zullen dan trachten die avond een wat bijzonder karakter te geven. Onder meer zullen wij de aandacht richten op de lichtende krachten, die reeds rond 14 dagen na deze avond werkzaam worden en het hoogtepunt van hun werkingen bereiken rond 19 september a.s. Wij zullen trachten u deze werkingen duidelijk te maken en zullen – in verwachting van steeds sterker lichtende krachten – op deze avond het verenigingsjaar besluiten. Daarom zal op deze avond geen gelegenheid worden gegeven tot het stellen van vragen, zelfs niet in verband met het te behandelen onderwerp. Voor hedenavond vraag ik uw aandacht voor:

Enkele psychologische aspecten van vakantie, huwelijk en moderne samenleving

Deze, op het eerste gezicht, zo verschillende waarden hebben namelijk bepaalde punten gemeen. Indien wij de wereld enigszins willen begrijpen, zullen wij haar moeten ontleden. Bij het bezien van de wereld van de mensen, blijkt ons onmiddellijk dat de mensheid niet alleen betreffende mensen, maar ook in betrekking tot voorwerpen, groepen enz. een onderscheid maakt in vrouwelijk en mannelijk, zelfs indien dit grotendeels onbewust geschiedt. Dit heeft niets met taalkunde te maken, maar komt bijvoorbeeld sterk tot uiting in de bijnamen van bepaalde naties: Uncle Sam, John Bull, Marianne en de Nederlandse Maagd. Sommige naties hebben zuiver mannelijke, anderen daarentegen zuiver vrouwelijke symbolen. Nu kunnen wij dit nog weg verklaren. Maar wanneer wij de mensheid verder gadeslaan, blijkt dat niet alleen de enkeling in zijn leven gericht en qua handelingen bepaald wordt door zijn sekse, maar dat hetzelfde verschijnsel ook bij bevolkingsgroepen, naties en werelddelen blijkt te gelden.

Zo zullen wij bijvoorbeeld, bij het bezien van de Aziatische delen van de wereld een sterk vrouwelijk aandoend element in denken en handelen ontdekken, dat vooral in de reacties van naties en groepen ten aanzien van de buitenwereld wel bijzonder sprekend tot uiting pleegt te komen. De beide Amerika’s geven in hun wijze van handelen en denken overwegend typische mannelijke reacties. Ook wanneer wij Europa bezien, kunnen wij een soortgelijk onderscheid maken. De Slavische delen van dit werelddeel tonen over het algemeen een typisch vrouwelijke benadering van het leven en zijn problemen, terwijl de meer westelijke delen een in verhouding mannelijke benadering van het leven tonen. Dit komt onder meer tot uiting in de politieke verschillen op de wereld.

Voorbeeld: uw Nieuw-Guinea. Wanneer men de argumenten, de houding van Soekarno beziet – maar ook van anderen – zullen zij de onbevooroordeelde beschouwer vaak herinneren aan de argumenten van een vrouw, die ten koste van alles een bontjas wil hebben. De argumenten zijn even onredelijk en worden even stijfkoppig herhaald, terwijl de werkelijke beweegredenen op een vrouwelijk aandoende wijze achter beloften en halve beloften verborgen worden. Indien u zelf even nadenkt, zult u meerdere voorbeelden kunnen vinden. Hiermee meen ik duidelijk te hebben gemaakt, dat op aarde gesproken kan worden van sterk mannelijke, of onder sterke Mars-invloeden reagerende landen, groepen enz., terwijl – als tegenstelling – een bijna even groot aantal vrouwelijk reagerende en schijnbaar onder een sterke Venus-invloed reagerende groepen en naties bestaat.

Hoewel deze eigenschappen niet zo bestendig zijn, dat zij vele duizenden jaren aanhouden, blijkt een evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke invloeden en reacties op aarde een voortdurende spanning en gelijktijdig een soort evenwicht tussen de verschillende delen van de mensheid te veroorzaken. Van hieruit kunnen wij verder gaan met onze ontleding, want deze invloeden moeten wel tot voortdurende spanningen en strijd voeren, zoals er ook in het persoonlijk bestaan van de mensen altijd sprake is van enige spanning en strijd tussen de seksen.

Bij het individu kunnen wij constateren, dat deze strijd tussen tegendelen soms zeer aangename en verrassende gevolgen kan hebben, maar even vaak tot een hopeloze strijd zal voeren. Het is onmogelijk beide waarden naast elkaar te doen bestaan, zonder dat hiertussen spanningen voor komen. Wanneer wij uitgaan van een specifiek mannelijk standpunt, zullen wij allereerst de conclusie trekken: dat men alle aspecten van het leven redelijk moet bezien. Men moet redelijk denken; het redelijke, het systematische gaat boven alles. Degenen die van een vrouwelijk standpunt uitgaan, denken in de eerste plaats dogmatisch en gaan uit van de innerlijke wereld, de gevoelswereld, terwijl de neiging bestaat de realiteit zoveel mogelijk aan de gevoelswereld en de gestelde dogmata aan te passen.

Dit voert tot de vaststelling: dat wij niet kunnen streven naar een wereldvrede, die een algehele rust en een wegvallen van alle spanningen inhoudt, maar dat wij eerder zullen moeten streven naar een zodanige wijziging van de verhoudingen tussen groepen onderling en landen onderling, dat van een soort huwelijk tussen de op zich tegengestelde waarden kan worden gesproken. Het doel kan nooit een UNO zijn, een soort club, waarin eenieder als de gelijke van alle anderen wordt beschouwd. Dit is in wezen onmogelijk. Waar wij naar moeten streven is een vorm van samenwerking, waarbij de tegengestelde groepen elkaar aanvullen, zowel op zuiver materieel als op technisch en ideologisch terrein. Alleen op deze wijze zal het mogelijk zijn bepaalde landen blijvend eigen waarden te doen beseffen in een samenwerking, waarbij zij zich aanvaard en gewaardeerd weten, terwijl zij gelijktijdig eigen geaardheid geheel kunnen behouden. Een werkelijke gelijkschakeling van alle landen en volkeren is nu eenmaal onmogelijk. Een wereldvrede zal daarom eerst bereikt kunnen worden, wanneer men de stelling, dat alle mensen uiteindelijk gelijk zijn en dus gelijk moeten kunnen redeneren en denken, terzijde stelt. Er is echter voor het bereiken van een wereldvrede meer nodig.

Zoals de situatie op de wereld zich nu kenbaar maakt, is bijna iedereen enigszins overspannen. Men is mannelijk overspannen, overbelast zijnde, zich steeds meer – vaak onnodige – taken op de hals halende, of is vrouwelijk overspannen, doordat een bepaalde denkwijze, een bepaald ideaal schijnbaar door anderen niet wordt begrepen, zodat dit het geheel van denken en belangstelling in beslag neemt met een uitsluiting van alle andere wijzen van denken. In beide gevallen van overspanning is het uiteindelijke gevolg een soort monomanie. Om hier rust te brengen zou men een eenling een lange vakantie voorschrijven. Een vakantie behoort, ook voor het individu, een periode van werkelijke ontspannen te zijn. Er zijn natuurlijk wel mensen, die de vakantie zien als een tijd waarin men zich volgens eigen begeren overmatig inspant, met de zekerheid dat men later op zijn normale werk wel de tijd zal vinden om van deze overmatige inspanningen weer uit te rusten. Maar wanneer wij de werkelijke ontspanningsmogelijkheden nagaan, blijkt de werkelijke vakantie te berusten op het element van de verandering. Een wegvallen van gebruikelijke normen en noodzaken, het beleven van geheel nieuwe omgeving, andere situaties, het verrichten van andere taken.

Wie de vakantie nagaat, komt al snel tot de overtuiging dat een mens, die in zijn vakantie alleen maar werkelijk rust, en dan doodmoe en zonder werkelijke veerkracht zijn dagelijkse bezigheden weer op zal nemen, terwijl iemand, die zich tijdens zijn vrije periode meer heeft ingespannen dan normaal en meer problemen dan anders heeft opgelost, daarbij zich alleen bezig houdende met inspanningen en problemen die van de gebruikelijke sterk verschillen, geheel fris en met nieuwe veerkracht en inzichten zijn werkzaamheden weer op kan nemen. Het gaat dus in feite bij vakantie niet in de eerste plaats om een periode van rust, maar om een periode van verandering. De eentonigheid, de gelijkmatigheid van het leven, dient voor een tijdlang onderbroken te worden om nieuwe kracht en nieuwe belangstelling voor de normale gang van zaken te wekken.

Op aarde wordt een soortgelijke werking door onverwachte gebeurtenissen bereikt, wanneer er een ramp plaatsvindt. Dan vergeten de mensen opeens hun pietluttige geschillen. Later komt men wel weer in de oude tredmolen terug, maar men beschikt toch over meer veerkracht. Tijdens de bezetting was Nederland één geheel. Er was geen verschil meer tussen katholieken, protestanten, communisten en democraten. Door de ongewone situatie en de daaruit voortkomende ongewone problemen, werden de normale omstandigheden zodanig gewijzigd, dat een soort vakantie in de normale denk- en handelwijze van het volk tot stand kwam.

In de naoorlogse periode ontstond wederom de normale toestand, die gekentekend wordt door de vele partijbelangen enz. Maar wie de wijze, waarop het volk na de oorlog reageerde, eens verder beziet, zal tot de conclusie komen dat de Nederlanders juist in de jaren kort na de oorlog een meer dan normale veerkracht en energie hebben getoond. Nederland heeft tussen 1945 en 1955 ongeveer drie maal zoveel gepresteerd, dan van 1955 tot heden bereikt werd. Er was – dankzij de onderbreking van de sleur – meer besluitvaardigheid, offervaardigheid, elan. Mogelijkerwijze zal men menig besluit uit die jaren op het ogenblik betreuren, maar er werd in ieder geval veel tot stand gebracht.

Stel, dat de gehele wereld op het ogenblik geconfronteerd wordt met een ongewone situatie, waardoor men nieuwe mogelijkheden, ervaringen en problemen heeft, die geheel buiten de normale gang van zaken liggen, dan kan dit zeker als een soort vakantie beschouwd worden. De gevolgen daarvan zullen zeker een vernieuwing, het scheppen van nieuwe verhoudingen en mogelijkheden in de hand werken, zelfs indien veel van het oude na korte tijd weer op gaat treden.

Nu zullen vele Nederlanders beweren, dat een vakantie – gezien het weer – lang niet altijd prettig is, maar de werkelijke mogelijkheden, de werkelijke ontspanning van een vakantie zijn niet van uiterlijke, doch van innerlijke waarden afhankelijk. Wanneer de mens met een zekere vreugde erop uit kan trekken, al het gewone gedoe achter zich latende, dan mag het regenen dat het giet, dan mag de zon schijnen, het maakt weinig verschil uit, want de mens draagt dan – door zijn innerlijke vreugde – de zon met zich mee. Deze vreugde vloeit voort uit het aanvaarden van de bestaande toestanden, waarbij men het “anders dan anders” als een voortdurende en vreugdige beleving ondergaat. Het element van de verandering is echter wel noodzakelijk. Verandering is een psychologische behoefte van de mens. Een eentonige gelijkvormigheid is voor de mens en zijn menselijke eigenschappen geleidelijk dodelijk. Hoe langer en meer omvattend de gelijkvormige waarden in zijn leven, hoe sterker de spanningen die de mens in zich opbouwt. Daardoor wordt onredelijk gedrag enz. sterk bevorderd.

Wat ons brengt tot een beschouwen van het huwelijk, dat in uw dagen immers ook zo vaak problemen met zich brengt. Misschien lijkt de overgang u wat plotseling. Maar zien wij ook in het huwelijk niet precies hetzelfde? De eeuwige gelijkvormigheid, de eentonigheid, waarin geen vernieuwing en geen ontspanning mogelijk is, zal immers in uw dagen vele huwelijken doden. Vaak ziet men twee mensen vol enthousiasme het huwelijk ingaan. Zij zullen het tezamen heus wel klaren, menen zij, maar zij weigeren zich te veranderen. De gelijkvormigheid van het gezamenlijk bestaan neemt alle werkelijke inhoud van het huwelijk weg, tot de echtgenoten geen woord meer wisselen. Het element van verandering, spanning, verrassing, is teloor gegaan. In vele gevallen loopt een dergelijk huwelijk uit op een hopeloos compromis of een scheiding. Aan de andere kant zien wij huwelijken, die tamelijk stormachtig lijken, omdat de partners voortdurend met elkaar van mening plegen te verschillen, steeds weer strijden. Toch blijken dergelijke stormachtige huwelijken soms zeer gelukkig te zijn. Dan blijkt juist het onverwachte, het steeds weer beleven van andere mogelijkheden en toestanden de partners te binden, tot zij voor elkaar werkelijk onmisbaar zijn. Het is juist het steeds weer anders zijn, de afwisseling en de noodzaak tot een voortdurende aanpassing, gepaard gaande met de aangename verrassingen van de onverwachte eenheid, dat werkelijk bindt.

Ook dit kunnen wij weer betrekken op de gehele wereld. Wanneer een aantal staten samenwerken, zal op een bepaald ogenblik door verdragen en onderlinge overeenkomsten deze samenwerking zo intens worden, dat zij wel met een huwelijk vergeleken kan worden. Opvallend is overigens, dat de verdragen, die in het geheim gesloten werden, meestal beter worden gehouden en langer van betekenis blijken te zijn, dan verdragen die openbaar worden gesloten. Dit wordt begrijpelijk, wanneer men ziet hoe openbare verdragen steeds weer voeren tot dezelfde redevoeringen, dezelfde bijeenkomsten, dezelfde besprekingen. Steeds weer is men genoopt voor de buitenwereld een bepaalde schijn te scheppen – zoals in menig huwelijk ook gebeurt – tot men er uiteindelijk meer dan genoeg van heeft.

Voorbeeld: Vergadering van verdragspartners. Men hoort achtereenvolgens verschillende sprekers verklaren dat hun land groot is. Frankrijk is groot! Duitsland is groot! Nederland is groot in alle dingen waarin een klein land maar groot kan zijn, enz. Daarop beginnen alle sprekers te klagen over de moeilijkheden op het gebied van de landbouw. Ieder heeft dezelfde moeilijkheden; ieder miniseert de belangen en moeilijkheden van de anderen. Daarna gaat men over tot het gebruikelijke twisten over invoerquota, zakelijke belangen en eindigt met het stellen, dat men eigenlijk tot een volle uitwisselbaarheid van valuta en opheffing van grensrechten dient te komen. Waarna niemand de moed heeft om een praktisch voorstel te doen, want niemand durft daar eigenlijk goed een proef mee te nemen. Soms aanvaardt men dit alles, omdat men geen betere uitweg weet en zich voor eigen belangen en welvaart aan de anderen gebonden meent te weten. Dan is het een sleurhuwelijk.

Soms heeft iemand de mogelijkheid om het zonder de anderen te stellen. Dan krijgen wij onredelijke eisen, zelfstandige besluiten en banden met niet tot de bond behorende partners, tot uiteindelijk een terugtrekken uit de gemeenschap het gevolg is. Een scheiding. Die neiging bestaat bij sommige in Europa wel heel sterk. Men spreekt over de eenwording van Europa, maar iemand meent zijn eigen macht bedreigd te zien en gaat daarom spreken over een Europa der vaderlanden, enz. Men verklaart dat men natuurlijk alle respect en eerbied heeft voor de anderen, maar dat men ook zijn eigen belangen moet blijven bezien en heus zijn eigen inzichten en meningen niet zonder meer prijs kan geven. Men geeft optimistische communiqués uit. Wanneer het zover is, staat de staatkundige scheiding waarschijnlijk vlak voor de deur. De verwarringen die hieruit voortkomen, zijn maar al te vaak te wijten – als in een huwelijk – aan het feit, dat niemand de moed heeft op tijd eens de gehele waarheid te zeggen, op tijd eens werkelijk zichzelf te zijn. Men wenst zich nu eenmaal aan bepaalde conventies en normen te houden en verwacht desondanks van de samenwerking met anderen – voor politici en het huwelijk, voor de eenling – een soort hemel op aarde.

Nu zijn er op het ogenblik een groot aantal statenbonden, welke deze vergelijkingen waarmaken. Daarin vinden wij het dominerende en het meer onderdanige element – Nederland bijvoorbeeld is een onderdanig element in de vele westelijke organisaties – dat noopt tot een venijnige strijd onder de oppervlakte. Uiteindelijk zal dit op een reeks van ontbonden verdragen uit moeten lopen, waarbij de wijze waarop dit geschiedt, van volk tot volk bepaald zal worden door het meer vrouwelijk of meer mannelijk standpunt dat men inneemt.

Misschien meent u dat Nederland dan toch wel mannelijk zal denken. Ik moet u tot mijn spijt teleurstellen. Hoeveel Nederlanders – officiële, zowel als eenvoudige burgers – hebben de laatste jaren voortdurend herhaald, dat het hard nodig is dat Amerika Soekarno eens precies duidelijk maakt waar hij staat. Denk nu eens aan een burenruzie in een volksbuurt. Dan hoort men ook: “Die schlemiel van een vent van mij zegt nog niet eens tegen de buurvrouw, dat zij haar asbak niet steeds voor mijn deur moet zetten.” Waar is het verschil? Uncle Sam neemt in dit opzicht een even typisch mannelijk standpunt in. “Natuurlijk, zij hebben ruzie, maar daarmee moeten wij ons maar niet teveel bemoeien. Praat de zaak maar wat goed. Waarom zouden wij ons gemak opofferen voor een vrouwenruzietje, nietwaar mijne heren?” “Ach, meneer Soekarno, luister nu eens even. Meneer Luns meent het heus niet zo kwaad.” “Kom, kom, meneer Luns, u moet een beetje begrip hebben voor meneer Soekarno, hij is natuurlijk wat opgewonden, maar iemand als u moet daar toch boven staan.” Want het mannelijke standpunt gaat meestal uit van pogingen om alles zo gemakkelijk mogelijk te hebben en alle tegenstellingen en breuken te lijmen, met zo weinig mogelijk moeite.

Met dit alles heb ik u, vrienden, een beeld gegeven, dat u misschien niet bijzonder heeft geboeid, maar het mogelijk maakt om bepaalde punten nader te definiëren. Het is voor de wereld op het ogenblik noodzakelijk, dat zij een inzicht in haar werkelijke wezen verkrijgt. Nu kunnen wij wel zeggen, dat dit voornamelijk vanuit de geest tot stand moet worden gebracht, terwijl de geest de grootste schokken en klappen maar op moet vangen en voorkomen. Dit is in de praktijk nu eenmaal niet mogelijk. Men dient innerlijk en bewust zichzelf leren kennen, voor een verdere bewustwording mogelijk is. De wereld zal eerst de waarheid omtrent zichzelf dienen te beseffen, voor een verdere ontwikkeling mogelijk is. Dus, waar bewustwording noodzakelijk is, dienen de volkeren en de groeperingen binnen die volkeren eerst te beseffen, op welke wijze zij zich werkelijk gedragen, daarbij uitgaande van dezelfde regels, wetten en mogelijkheden, die men ook voor het individu als geldend beschouwt. Belangrijk is daarbij ook, dat volkeren en groepen zich realiseren, in hoeverre hun wijze van denken en handelen een meer mannelijke dan wel een overwegend vrouwelijke achtergrond heeft.

In de tweede plaats zijn op het ogenblik alle systemen, alle internationale verhoudingen, maar ook alle verhoudingen op godsdienstig gebied, helaas zozeer binnen bepaalde regels gefixeerd, dat geen verandering mogelijk lijkt. Het gevolg is: dat de reactie van de partners ons herinnert aan de verhoudingen binnen een huwelijk, dat aan verveling ten gronde dreigt te gaan. Op het ogenblik is er weinig nieuws meer in de wereld. Het is alles het oude spelletje, de oude cirkelgang van klachten, verwijten en voorstellen. Daarom is het noodzakelijk dat de wereld gedwongen wordt zich te ontspannen. De aandacht van de mensheid zal op andere waarden gericht moeten worden dan de nu gebruikelijke. Alleen dan zal de mensheid geheel voldoende tot rust komen, om totaal nieuwe en betere verhoudingen op aarde te scheppen, dan wel de oude banden en verhoudingen op aarde zodanig te herzien, dat zij wederom harmonische mogelijkheden inhouden. Alleen wanneer dit geschiedt, zal de wereld aan allen die daarop leven, een grotere mogelijkheid tot bewustwording kunnen bieden en zullen ook de delen van die wereld, de groepen en naties, zich los kunnen maken uit de vastgeroeste systemen en verhoudingen, om een nieuw en gezonder bestaan te beginnen. Dit alles zal als vrucht zowel beter geestelijk inzicht als meer wereldlijke welvaart in de stof met zich brengen.

Om een beter inzicht te verkrijgen, dienen wij nu na te gaan, hoe het individu pleegt te reageren. Wanneer je een mens voorspiegelt dat hij een bepaald recht heeft – ook wanneer hij dit recht nimmer in feite bezeten heeft, of maar bezitten kan of zal – komt er een ogenblik dat hij dit recht beschouwt als een in hem persoonlijk liggende eigenschap. Hij beschouwt het als deel van zijn wezen. Alles wat deel is van zijn wezen, zal hij ten koste van alles verdedigen. Zo kan een mens bijvoorbeeld uit louter zelfbehoud ertoe komen idealen te verdedigen, die op zich volkomen irreëel, onlogisch en onmogelijk zijn; idealen, die hij zelf niet eens in praktijk kan of wil brengen. Zodra hij ze als deel van zijn eigen geestelijke boedel beschouwt, als zijn bezit en deel van zijn persoon, zal hij vaak zelfs weigeren maar enig ander ideaal te beschouwen of te aanvaarden. Men wordt dan vaak bij voortduring agressief. Iemand die in deze toestand is, zal anderen voortdurend aanvallen en trachten hen van zijn eigen gelijk te overtuigen. Toch gelooft hij misschien zelf niet werkelijk in hetgeen hij predikt en anderen opdringt.

Dit vinden wij bij mensen overal. Sommige mensen preken strengheid als noodzaak in de opvoeding en verdedigen deze met alle middelen, maar zijn tegen de eigen kinderen toegevend, omdat het anders maar weer huilen wordt. En dat is zó lastig! De idee dat iets zo hoort, dat het behoort tot het juiste beeld van de mens in de wereld, blijkt vaak bindend te zijn voor het beeld, dat men zich van zichzelf schept en de illusies, die men zich omtrent zichzelf maakt. Indien men zich eenmaal deze illusie heeft gemaakt, vreest men alles wat de illusie aan zou kunnen tasten, omdat dit, naar men meent, tevens eigen wezen zou kunnen vernietigen. Dit wordt zelden of nooit beseft, maar is een motiverende factor voor menige menselijke onredelijkheid. Hierdoor ontstaat een toestand, waarbij men niet toe wil geven tegenover anderen of zichzelf, wat men werkelijk verlangt. Er zijn mensen die vakantie als een bezoeking beschouwen. Zij zullen dit nooit aan anderen toe willen geven, omdat vakantie nu eenmaal een begerenswaardig bezit heet te zijn. Dan vecht men voor nog een week vakantie. Zoals men zou vechten voor iets, wat anderen begerenswaardig noemen, zelfs wanneer men daarmee zijn eigen graf zou weten te delven.

In de geestelijke achtergronden van het menselijke denken en handelen, vinden wij nog een ander interessant facet, waarmee men wel degelijk rekening moeten houden, wanneer wij de gebeurtenissen op de wereld goed willen begrijpen. Het zal u bekend zijn, dat vele mensen iets gaarne als hun eigendom, hun uitsluitend bezit, beschouwen. Minder bekend is het, dat velen dit bezit in feite voeren als en verdedigen als een deel van eigen persoonlijkheid. Zolang een mens iets niet heeft, bewondert en begeert hij het. Zodra het eigendom wordt, integreert men het in het eigen wezen en beschouwt het even vanzelfsprekend als bijvoorbeeld een arm of een been. Er zijn vele mensen, die hun eigen huis, eigen meubels, even belangrijk – of belangrijker – vinden dan hun ledematen, zelfs wanneer zij dit niet toegeven. Iets wat als bezit van een ander een onbenullig stukje prullaria heet, wordt opeens belangrijk en kostbaar, zodra het eigen bezit wordt. Vele op zich lastige en onaanvaardbare toestanden, voorwerpen, enz. worden door de mens niet slechts aanvaard maar vastgehouden en ten koste van alles verdedigd, omdat zij nu eenmaal van hem zijn. In sommige gevallen verklaart men dit voor zich en aan anderen, door te stellen: dat bepaalde voorwerpen, gebruiken enz. een sentimentele waarde hebben. Maar dit blijkt zelden geheel waar te zijn. U kent misschien ook wel van die mensen die hun huis vol rommel hebben staan. Misschien zeggen zij, dat zij een poppetje bewaren omdat zij het van tante Amalia kregen, of een stoel, waarin grootvader nog heeft gezeten. Wanneer je verder ziet, blijkt opeens dat zij in feite deze dingen niet liefhebben. Integendeel, zij haten deze dingen fel, maar hebben deze zozeer met zichzelf geassocieerd, dat een weggeven of wegdoen onbewust voor hen gelijk staat met een aantasten van eigen persoonlijkheid. Het wegdoen van een oud en onnut meubel wordt dan even erg als het bewust en vrijwillig afsnijden van een vinger.

Deze bezitszucht geldt overigens niet alleen dode voorwerpen. “Mijn man, mijn vrouw.” Alsof zoiets gekocht en betaald is, een persoonlijk bezit, waar niemand anders iets mee te maken heeft. Iets dat zelf geen rechten heeft. Mijn kinderen, mijn bridgepartij, mijn geloof, mijn God. Het “mijn” overheerst alles. Niet onze, of de, maar mijn. Van mij, deel van mij, zonder eigen rechten, alleen mij toebehorende. Hier blijkt de mens bezeten te zijn van een onzalige lust het eigen wezen steeds uit te breiden met andere buiten het Ik staande waarden, zelfs indien deze geheel niet bij de eigen persoonlijkheid passen. Menigeen gaat hiermee zo ver, dat vreemde en onmogelijke situaties ontstaan. Vele mensen hebben de behoefte zichzelf groter te weten, zichzelf uit te breiden en meer te zijn dan voorheen, omdat zij hun eigen onvolkomenheden beseffen en zich klein en onmachtig weten binnen het Al. De mens is zich bewust van een zekere minderwaardigheid ten opzichte van God en de kosmos, tegenover de mensheid. Hij tracht te compenseren, maar heeft geen voldoende inzicht in eigen wezen en mogelijkheden, zodat hij bezit ziet als de eenvoudigste en meest bevredigende wijze van compensatie. Men lacht erover, wanneer men hoort dat iemand zijn hele huis vol had gestouwd met oude kranten en lege conservenblikjes. Dat noemt men een geestelijke afwijking, een zielig geval. Maar mensen die op dezelfde wijze vriendschappen, politieke overtuigingen en ideeën verzamelen omtrent wat hoort en wat niet hoort, tot niemand meer in of uit weet in de verwarde reeks van gedachten, dat noemt men normaal.

Naar ik meen, is de zin: “Dit is van mij en daarom is het heilig”, een van de meest fatale misvattingen die er in het menselijke leven voor kunnen komen. Daarbij komt verder nog, dat alles wat men verworven heeft, waardeloos blijkt te zijn, zodat er geen werkelijke compensatie te bereiken is door een bepaalde waarde als een deel van eigen wezen te beschouwen. Daar alles, wat men verworven heeft, het aangevoelde tekort niet op kan heffen, grijpt de mens steeds verder. Dit brengt vaak een gehuwde vrouw ertoe nog te flirten en de koketteren: zij wil de aandacht en genegenheid van steeds meer mensen veroveren, zij wil steeds meer begeerd zijn, omdat dit haar gevoel van eigenwaarde in stand houdt. Op dezelfde wijze, zal de gehuwde man zich inspannen om aantrekkelijker te zijn voor andere vrouwen dan zijn eigene. Immers de “echtgenote” heeft men reeds; dat is deel van jezelf. Dit neemt niet weg, dat man en vrouw wel degelijk van elkaar kunnen houden. Maar zij beschouwen elkaar als deel van het Ik en zoeken daarom compensatie en erkenning van anderen. Wat men heeft, kan alleen van belang zijn wanneer men gelijktijdig in staat is verder te gaan. Dat betekent voor de meeste vrouwen meer veroveren.

Zo zijn er staten die in zich wel veel goeds bereikt hebben, maar zich niet zeker genoeg van zichzelf schijnen te voelen. Dan zoeken zij steeds meer gebied te veroveren, steeds meer satellietstaten te kweken, steeds meer invloed te verkrijgen en op steeds meer andere staten economische pressie uit te oefenen. In feite zoekt men daarin ook als natie slechts een aanvulling van eigen wezen, een opheffen van het kwellende gevoel van onvolkomenheid. Hoe moeilijker interne problemen tot oplossing kunnen worden gebracht, hoe sneller een natie naar buiten toe agressief zal worden. Menige politieke manoeuvre, menige oorlog, is alleen maar een uiting van de normale menselijke verwervingsdrift. De behoefte eigen volmaaktheid te beleven en tot uiting te brengen, gaat bij mensen helaas altijd weer gepaard met de neiging tot roof, tot verovering.

Hier zijn misschien dergelijke mensen niet aanwezig, maar in de wereld zijn er ontelbaar velen. En deze individuele eigenschappen blijken de synthetische persoonlijkheid van groepen en verenigingen, zowel als staten, eveneens te vormen. Er zijn mensen die geen vlieg kwaad kunnen doen, maar om de invloed of roem van hun vereniging, hun groep, te vergroten, desnoods eigen leven en dat van anderen in de waagschaal willen stellen. Er zijn mensen die geheel de wereld in gevaar brengen om meer macht te verwerven, ofschoon zij op zich goede mensen zijn en zeker niet bewust de ondergang van anderen, of zichzelf, na zullen streven. Zeer vele mensen zijn – wanneer het er werkelijk op aankomt – bereid om andere mensen uit te mergelen, te mishandelen, te bedriegen, alleen maar om zo kapitaal te verwerven, macht te verkrijgen, eigen bezit uit te breiden en zo de innerlijke onzekerheid voor een ogenblik te verminderen. Zo zijn er mensen die anderen in een geestelijk keurslijf willen persen, in een geestelijke kooi willen opsluiten, om door de macht die zij zo bereiken, door de aanvaarding van hun stellingen, eigen twijfel, een gevoel van onjuistheid te onderdrukken.

Deze eigenschappen zijn gegroeid met de mensheid en de menselijke maatschappelijke verhoudingen. Het is dan ook moeilijk voor de hieruit voortkomende problemen een oplossing te vinden. Een richtlijn vinden wij in het gedrag van de enkeling tijdens de vakantieperiode. Naar ik aanneem, is het op het ogenblik weer vakantie voor velen. Bezie dan eens de vakantiegangers. Heren, die anders waardig in goedgesneden donkere kostuums rond plegen te schrijden, de aktetas onder de arm, angstig om ook maar één enkel ogenblik hun waardigheid te verliezen, huppelen rond in regenboogkleurige hemden en te krap gesneden shorts, waarboven de buik puilend zijn welstand verkondigt. In het normale leven elk woord wegende op het goudschaaltje van rede en aanvaardbaarheid, strooien zij nu losbandige en banale opmerkingen rond zich, terwijl zij zo nu en dan in een “je-hela-hola” of “tralala” gezang uitbarsten. Want het is vakantie! Welgestelden laten hun statige villa’s met een kostbaar en comfortabel interieur achter om te gaan kamperen. Lekkerbekken die in deftige restaurants kostelijke gerechten terug plegen te zenden, omdat de kok niet opgelet heeft en zij vrezen door deze onvolmaaktheid hun smaakpapillen te beledigen, verzwelgen voor felkleurige tentjes de driemaal in het zandgevallen biefstuk, dat verkoolde en rauwe delen afwisselt met vettige zandvlakten, even gulzig als een uitgehongerde kannibaal een vers aangekomen zendeling verslindt.

U lacht misschien om mijn beelden. Maar ga dan zelf eens zien. Mensen, die anders niet in staat zijn om twee stenen tegelijk te dragen “vanwege hun rug” sjouwen met drie tassen, een tent en slepen nog een kind aan de hand mee. Zonder rugklachten huppelen zij zo beladen opgewekt bos en strand tegemoet. Op het ogenblik dat de mens tot een ontspanning komt en losbreekt uit het gewende geheel, ontstaat een geheel andere toestand dan in de vorige beelden. Opeens blijkt de mens in staat veel van de onnodige ballast achter zich te laten. Slechts tijdens een carnaval, een bal-masqué, komt een mens even los van zijn gewoonten. De waardigheid van het dagelijkse leven wordt prijsgegeven. In de plaats van vormelijkheid en vasthouden aan oude regels komt een verheugend vermogen tot improviseren, in de plaats van een zich beroepen op waardigheid, rang. De werkelijkheid van het dagelijkse leven komt een opgaan in eigen dromen en een gebruik maken van eigen mogelijkheden. De werkster gedraagt zich als een gravin, de gravin misschien als een vrouwelijke bootwerker. De bankier wordt tot clown, de clown tot verfijnde filosoof. De mens is wel degelijk geneigd de alledaagse waarden, die hij verkeerdelijk als deel van zijn eigen IK pleegt te beschouwen, terzijde te stellen. Wanneer hij de zekerheid maar heeft, dat hij zo dadelijk weer tot dit geheel kan terugkeren. De zekerheid dat men later huis en waardigheid enz. terug zal kunnen vinden, en verder kan gaan waar men nu onderbreekt, stelt de mensen in staat een kort ogenblik door de wereld te gaan als kinderen.

De achtergrond van dit alles is duidelijk kenbaar. Zolang de mens maar meent tot alles, wat hij deel van het Ik acht, waarop hij zijn waardigheid en waarde binnen de menselijke samenleving baseert, weer terug te kunnen vinden, is hij maar al te zeer bereid, voor een kort ogenblik, dit alles prijs te geven en te reverteren tot zijn werkelijke persoonlijkheid.

Stel, dat nu deze vakantiesfeer eenmaal is aanvaard, zij onbeperkt langer dan verwacht voort zou moeten duren, omdat huis, waardigheid enz. eenvoudig niet meer te bereiken zijn, niet meer aanwezig blijken. Nu blijkt de mens in staat te zijn op dezelfde wijze even onbeperkt verder te gaan, ofschoon misschien de spontane vreugde van alles zo nu en dan lijdt onder zorgen. Een dergelijk geval hebben wij kunnen zien in Frankrijk, toen een aantal toeristen door een landbouwstaking langer dan voorzien moesten blijven toeven. Ondanks hun beperkte middelen en mogelijkheden blijken zij haast allen instaat om te improviseren. Menigeen bleek de vreugde te hebben van zijn vindingrijkheid en uithoudingsvermogen. Een waardig advocaat kocht een autoped, toen hij – door staking van vervoersmiddelen – niet verder kon. Hierop vervoerde hij zijn koffer over een afstand van ruim 15 km om contact op te kunnen nemen met huis en zo snel mogelijk huiswaarts te keren. Tijdens deze tocht verheugde hij zich meer dan na het winnen van een cause célèbre. Hij dacht er niet over na, dat men zoiets nu eenmaal “niet doet”. Hij leefde vollediger en gelukkiger dan in normale omstandigheden.

Wanneer er een noodtoestand ontstaat, die een samenwerking noodzakelijk maakt bij groepen en naties, terwijl men in een toestand van ontspanning verkeert, zullen onverwachte talenten naar voren komen en zullen dingen, die onmogelijk werden geacht, opeens mogelijk blijken. Wanneer er een toestand is, waardoor alle staten en groepen afgeleid zijn en voor een ogenblik eerlijk zichzelf kunnen en durven zijn, zal veel van de ballast, die op het ogenblik de ontwikkelingen in de wereld tegenhoudt, teniet gaan.

Een noodtoestand in een tijd van ontspanning betekent, dat de beste mogelijkheden en waarden in de mensheid op de voorgrond treden. Zoals een mens die onder de druk van de omstandigheden zijn voorstellingen, van alles wat hoort en niet hoort, van waardigheden en bezit ontkent, en even terzijde heeft gesteld – al is het maar tijdelijk – meer kan volbrengen dan men mogelijk achtte. Vooral wanneer in de plaats van het woord “mijn” en het woord Ik tijdelijk “onze” en “ons” wordt gesteld, zal er een geheel kunnen ontstaan dat onmetelijk meer volbrengen kan, dan zelfs de grootste optimist mogelijk zou achten. Het onmogelijke wordt mogelijk, wonderen worden opeens normaal. Vrienden, de Staten, de groepen, in deze wereld zijn – evenals de meeste individuen – vastgeroest in reeksen denkbeelden als rechten die zij niet werkelijk bezitten of ooit zullen krijgen, godsdienstige uitverkiezingen, die in feite niet bestaan, waardigheden, die in feite slechts een belachelijke waan zijn en verplichtingen, die in feite onredelijk en dwaasheid zijn. Wanneer er op de wereld een ogenblik van ontspanning komt, kunnen wij er wel van verzekerd zijn dat dezelfde mensheid, die op het ogenblik zo onverantwoordelijk, zo dwaas, sloom en dom lijkt, opeens zijn oude denkvermogen, zijn reactiesnelheid en realisatievermogen herwinnen zal.

Wat meer is: onder dergelijke omstandigheden zal de mens meer zichzelf zijn en zuiverder zichzelf in waarheid erkennen. In normale omstandigheden zal dit alles nooit mogelijk zijn, waarmee ik mijn inziens iets van het allerhoogste belang heb geconstateerd. Ik heb immers gezegd dat de wereld van heden alleen op werkelijke en grote veranderingen kan worden voorbereid, wanneer er eerst een toestand van ontspanning ontstaat. De mensheid heeft een soort vakantie nodig, waarbij normale regels en de oude sleur worden terzijde gesteld. Deze noodzaak geldt, onverschillig de wijze waarop dit tot stand zou worden gebracht. Ik ben ervan overtuigd, dat de meeste mensen een verbreking van de geldende sleur na een kort ogenblik van verwarring zelfs met vreugde zullen kunnen aanvaarden. Ik ben er eveneens van overtuigd, dat de mensheid in een dergelijke vernieuwing – zelfs indien daarbij veel teloor gaat dat op het ogenblik noodzakelijk en onontbeerlijk wordt geacht – een grotere en intensere zelfkennis zal verwerven en meer zal kunnen bereiken.

Dit laatste zou een verfrissende afwisseling kunnen zijn, want de meeste mensen durven en kunnen niet beseffen, wat zij werkelijk zijn, terwijl de meesten zelfs weigeren te beseffen, hoe zij in de ogen van anderen lijken te zijn. De meeste mensen hangen met wanhopige vasthoudendheid vast aan het beeld dat – naar zij menen – anderen van hen dienen te hebben.

Voorbeeld: Iemand is in zijn hart een avonturier, geschapen om zeerover te zijn. Hij zoekt in wezen geen zekerheid, maar een vernieuwing, afwisseling, verandering. Iedereen ziet die mens als “meneer de referendaris”, of als de plichtsgetrouwe en hoffelijke winkelier. In de ogen van deze mens is hij voor anderen een belangrijk wezen dat een grote waardigheid heeft. Daarom zal hij zijn eigenlijke verlangens, eisen en inzichten onderdrukken en trachten aan de ideale voorstelling, die hij van zich bij anderen vermoedt, zo goed mogelijk te beantwoorden. Dat hij hierbij ongelukkig is en steeds zichzelf misleidt, deert hem daarbij niet. Wanneer deze mens met de werkelijkheid van zijn persoon geconfronteerd wordt, deinst hij terug. Dit is hem onaanvaardbaar. Men kan niet toegeven innerlijk een zeerover of avonturier te zijn, wanneer je het belangrijk acht alleen maar een waardig burger te zijn.

Dit “willen beantwoorden” aan een beeld dat uit de gemeenschap stamt, maar geen werkelijke innerlijke weerklank kan vinden, is de vloek van een wereld die steeds meer naar gelijkvormigheid neigt. Een vloek, omdat men aan de aangenomen vormen en aan de door de gemeenschap gestelde normen niet, of ternauwernood, kan ontsnappen. Vroeger verliet men zijn dorp of stad en stond in een geheel nieuwe wereld, met andere mogelijkheden en andere maatstaven. Men kon eenvoudig een ander leven opbouwen, zonder dat men daarbij ooit hinder ondervond. De mens van heden wordt achtervolgd door een papieren persoonlijkheid, die iedereen in staat stelt na te gaan, wie, wat en hoe je eigenlijk behoort te zijn. Zelfs indien men een ogenblik een schijngestalte heeft weten op te bouwen, zal het binnen de wet haast niet mogelijk zijn deze blijvend waar te maken, omdat men nu eenmaal met duizenden administratieve touwtjes aan het verleden vast zit. Daarom brengt de tijd van heden ook in verhouding minder grote mensen voort. Het is wel vreemd dat men moet constateren, dat de grote magiërs, de grote esoterici, de grote filosofen, voornamelijk voort zijn gekomen uit tijden die – volgens de huidige normen – wanordelijk waren. Veelzeggend is het ook, dat de meesters van deze tijd, de grote geesten van deze dagen, niet leven in de wel-gereglementeerde steden, in de hoog beschaafde landen, maar ergens in ontoegankelijke gebergten als Karakorum, in de Andes, of in de ontoegankelijke gebieden van de wildernis als bijvoorbeeld de Amazone. Zij kiezen plaatsen uit waar geen menselijke regels gelden. Bewustwording, innerlijke bewustwording en contact met het Hogere vooral, vergen vrijheid. Vrijheid is voor een mens alleen te bereiken, wanneer hij afstand kan doen van gefixeerde regels en een in zijn eigen ogen vast beeld van het Ik, ook van een vast beeld omtrent het verleden zal hij af moeten zien.

Overigens geldt dit afstand nemen van het verleden ook elders. In het huwelijk dient men elkaar opnieuw te erkennen, steeds weer dient men zich te realiseren, wie en hoe men zelf is, zowel als wie en hoe de ander is. Een huwelijk, waarin dit mogelijk blijkt, is waarlijk levend; dan scheppen twee mensen een twee-eenheid, die machtiger is dan een van beiden afzonderlijk ooit zou kunnen zijn. Dan schept men gezamenlijk als het ware de perfecte hermafrodiet, een twee-eenheid, waarin de kosmische werkingen en wetten zich zonder meer kunnen openbaren. Wie zich echter aan de sleur bindt, zal al deze mogelijkheden in zich zien sterven. Dan komt men ook in een huwelijk veelal niet verder dan: mijn vrouw, mijn man, terwijl men niet eens heimelijk en voor zich durft erkennen, wie en wat men eigenlijk is.

De wereld moet veranderen. Een bewustwording van de wereld is onvermijdelijk, zij kan niet vermeden worden. Maar waarom moet een verandering, een verdere bewustwording van de wereld alleen voortkomen uit bloed, geweld en ondergang? Het is zeker niet noodzakelijk. De psychologie van de mens doet hem alleen deze oplossing zien. Hij grijpt naar het geweld, omdat hij zichzelf aangetast waant. Een geleidelijke verandering, een ontgroeien aan alles, wat nu nog zo belangrijk schijnt, is voor de doorsneemens niet denkbaar, zou de doorsneenatie onmiddellijk naar de wapens doen grijpen. De mensheid als geheel kan zich niet voorstellen, dat zijn kostbare regeringsinstanties, zijn belangrijke verdragen, grootse statenbonden en onbetaalbare regeringspaleizen ooit waardeloos zouden worden. Deze dingen alleen schijnen voor de mensheid van heden nog enige zekerheid te scheppen. Zonder dit alles kan hij zich een beschaafd bestaan niet indenken.

Toch zou er een andere uitweg mogelijk zijn: de vakantie, waarover ik reeds sprak. De wereld heeft behoefte aan een periode, waarin het onverwachte steeds weer gebeurt; een tijd, waarin de mens geen tijd meer heeft om zich nog verder bezig te houden met een overeenkomst, een plan Bunker etc., maar zich zakelijk zal moeten bepalen tot de werkelijke mogelijkheden en zonder pogingen om buitengewoon moreel verantwoord te handelen, of een bepaalde indruk te wekken, en zakelijk zal constateren: dat kunnen wij wel, dat kunnen wij niet, zonder verder te praten. Want in een toestand van ontspanning, een toestand vol verrassingen, zal men zich niet meer kunnen beroepen op de buurman, op de grote Staten, omdat die wel eens niet thuis zouden kunnen zijn. Dan zal men moeten werken met eigen krachten en moeten streven volgens eigen middelen.

Wanneer er een dergelijke situatie ontstaat, ongeacht de vraag: hoe dit geschiedt? zelfs indien de oorzaak voor geheel de wereld eerder een vreugdige verrassing is dan oorlog en ellende, zal de mensheid tot een werkelijke vernieuwing kunnen komen. Dan zal de mensheid kunnen leren, ondanks haar moeizaam geconstrueerde idealen en de vaak overdreven en dwaze voorstellingen omtrent de waarde van en de rechten verbonden aan het mens-zijn, de werkelijkheid te aanvaarden. In de plaats van het nu verborgen klinkende “links – rechts, links – rechts”, waarmee men de mensen voort doet gaan in een op bijna militaire leest geschoeide economische en sociale samenhang, komt dan een vrijelijk gaan op de wegen, waarop men iets kan bereiken. Eigen behoeften zullen daarbij een grote rol spelen, want de vrijheid zal eenieder de mogelijkheid geven waarlijk zichzelf te zijn. Maar juist in die vrijheid zal men, meer dan tot op heden, ook erkennen hoe men in grote mate afhankelijk is van anderen. Hierin ligt mijn inziens de oplossing voor alle huidige problemen.

In de toekomst zijn er vele rampen mogelijk. Wanneer de mensheid op de tot nu toe ingeslagen wegen voortgaat, is een derde wereldoorlog zeker denkbaar, misschien zelfs onvermijdelijk. Maar nergens staat, dat de mensheid op de nu ingeslagen wegen voort zal moeten gaan, tot het te laat is. Misschien, héél misschien, zal de wereld wel – voor het zover is – die kleine, maar o zo noodzakelijke vakantie krijgen, al duurt zij ook maar enkele maanden, waardoor zij de achtergronden van haar eigen wezen en de werkelijke betekenis van haar problemen voor een ogenblik eerlijk zou kunnen beseffen. Natuurlijk, dit zijn uiteindelijk vragen, waarop in deze dagen nog slechts een zeer moeilijk antwoord te geven is. Reeds eerder hebben wij u gezegd, dat wij niet in een derde wereldoorlog geloven als een onvermijdelijk kwaad. Vele malen hebben wij reeds gewezen op de mogelijkheid om bijvoorbeeld door gedachtenkracht de huidige ontwikkelingen te wijzigen en werkelijke rampen te voorkomen, maar de psychologische inhoud van de mens doet hem een alomvattend geweld als noodzaak voor een werkelijke verandering stellen.

Steeds weer ziet men wat over geweld wordt gezegd als het enig belangrijke en ziet over het hoofd, dat wij steeds weer wijzen op andere mogelijkheden. De belangrijkste mogelijkheid is een samengaan van de op zich tegengesteld strevende partners, die elkaar kunnen helpen om zelfrespect en innerlijke rust te bereiken. Een huwelijk als het ware tussen twee Staten, waardoor zij elkaar werkelijk trachten te begrijpen en in een steeds verdergaande samenwerking de veiligheid, maar ook de mogelijkheden tot bewustwording, kunnen vinden, die zij nu al te vaak door oorlogsdreigingen en geweld trachten te verwerven.

Indien de tegenstellingen op deze wereld niet meer elkaar vol haat en vrees bestrijden, maar samen willen en durven werken als krachtige en doelbewuste partners, kunnen wij de wereld herscheppen. Dan eerst zullen de Staten, de groepen en de eenlingen, beseffen, welke verborgen mogelijkheden en eigenschappen de anderen hebben, daardoor zelf gestimuleerd wordend tot een groter en beter leven. Daarom is er behoefte aan een ontspanning, waarbij alle vooropgezette gedachten en vooroordelen wegvallen, daarvoor in de plaats de vraag in allen naar voren brengend: hoe zij eindelijk eens een keer zichzelf kunnen zijn?

Het is mogelijk de mensheid zelfs in vreugde tot de nieuwe bewustwording te doen komen en de vernieuwing te aanvaarden zonder rampen en strijd. Maar dan zal de mens toch eerst moeten beseffen, dat hij terug moet keren tot zijn werkelijke wezen, tot het uiten van zijn werkelijke persoonlijkheid en het erkennen van de ware banden, zowel tussen het Ik en de hogere krachten als tussen het Ik en de andere mensen. Dit zal men alleen kunnen bereiken, indien men afstand kan doen van een vasthouden aan het noodzakelijk zijn van het bereiken, of behouden, van een bepaald gezag, een bepaalde positie, de onfeilbaarheid van een bepaald geloof, een bepaald weten, of een bepaalde sociale structuur. Waarmee ik ertoe kan overgaan mijn beschouwing van enkele psychologische achtergronden af te ronden.

Het is mij opgevallen dat de mens, die eenmaal beseft dat alle gevormde beelden en voorstellingen niet waarlijk met het Ik hoeven samen te hangen, zich af gaat vragen: “Wat kan ik positief doen? Wat kan ik in waarheid zijn?” Wanneer deze mens zich dan niet baseert op bestaande samenhangen, positie, behoud van aanzien en bezit, maar werkelijk de in hem levende waarden de beslissende rol laat spelen, blijkt hij opeens veel gelukkiger te zijn.

Dan bereikt hij opeens vele dingen, die anderen verbaasd doen staan. Want reeds door dit waarlijk leven, volgens eigen inzichten en wezen, is de mens reeds tot een evenwichtige persoonlijkheid geworden vanuit het geestelijk standpunt, die een buitengewoon snel reactievermogen en een buitengewoon snel begrip ontwikkelt. In de enkeling zien wij soms dergelijke verschijnselen duidelijk optreden. Een enkeling, die door een plotselinge schok wakker wordt geschud, blijkt soms de moed te hebben om te stellen dat alles, wat hij tot nu toe deed en was niet deugde. Voor hem heeft het dan geen waarde meer. Dan blijken zich paranormale gaven te ontwikkelen. Dan zoekt deze mens zichzelf harmonisch binnen de wereld, waarin hij bestaat, te beleven. Dan wil hij voor zich alleen het idee hebben, dat wat hij doet, ook werkelijk goed is, dat het vreugde baart.

Vaak gebeuren er dan dingen, die psychologen zowel als medici wonderbaarlijk toeschijnen. Dan worden oude mensen weer jeugdig en veerkrachtig, vitaal. Dan slinken te volle gestalten opeens terug tot meer aantrekkelijke en natuurlijke vorm; luie mensen ziet men opeens sportief en werkzaam worden. De onmogelijkste veranderingen vinden opeens plaats. Maar al deze veranderingen hebben één ding gemeen: in deze mensen is een innerlijk weten en is geloof niet meer een vlucht, maar een werkelijke bereiking. Het is niet meer een zekerheid, die men zichzelf aanpraat, maar een zekerheid, een deel van eigen beleven, dat onloochenbaar is geworden. Door alle tijden zijn er eenlingen op aarde, die opeens deze wonderlijke, innerlijke omwenteling doormaken. Soms heten zij Edgard Cayce, soms Alice Bailey, soms anders. Maar altijd weer zijn zij geroepenen, wonderdoeners, leraren, idealisten, die de wereld bespot en bestrijdt, maar die ondanks dit alles gelukkig blijven, onaantastbaar. Wie in zich een werkelijk contact met het hogere vindt, zal deze status van onaantastbare vrede en geluk bereiken.

Gezien de vele overeenkomsten, die er bestaan tussen het individu en de mensheid als geheel, stel ik: Waar een eenling dit bereiken kan, zal ook de gehele mensheid dit kunnen verwerkelijken.

Het volgende punt is: De werkelijk evenwichtige mens, die tot de grote denkers, uitvinders, gelovigen, of heiligen van de mensheid worden gerekend, gaven zich zelden of nooit de moeite iets negatiefs te benaderen. Zij gaven zich niet de moeite het lelijke en negatieve te bestrijden, doch volstonden er steeds mee het goede te doen. Ook dit is voor de mensheid mogelijk. Vandaar dat ik durf te stellen, dat een betrekkelijk snelle en misschien zelfs geheel pijnloze omwenteling, door een schok ontstaan, voor de mensheid de bevrijding kan betekenen van alle illusies en voorstellingen, bezien in het licht van de werkelijkheid, betrekkelijk weinig, of zelfs niets waard waren.

De mensheid, die afstand doet van haar vooroordelen en haar eigen wegen leert gaan, kan gelukkig zijn en tevens harmonisch met het grootste deel van het Al. Dat is dan eveneens mogelijk voor alle groepen van mensen, voor elke natie, voor geheel de mensheid. Wanneer u daarmee wilt beginnen, dient u zich allereerst bewust te zijn van de verschillen die tussen u en anderen bestaan, om vervolgens geheel uw aandacht te wijden aan de mogelijkheden tot samenwerking en harmonie, die blijven. Beleef uw vreugde, zowel aan deze harmonie als aan de verschillen, die tussen u en andere delen van de Schepping bestaan. Want juist in deze dagen geldt meer dan ooit: “Mens, ken jezelf en leef jezelf in waarheid, opdat je waarlijk mens mag zijn en je mag weten, wat waarlijk leven betekent.”

Vragen

  • Wanneer je ongewenste eigenschappen in jezelf ontdekt, moet je die dan ook waar maken?

U kunt ze niet waar maken. Zij zijn een waar deel van uzelf. Erken die eigenschappen en maak ze zelfs naar buiten toe waar, wanneer dit niet te vermijden is. Maar begint u al uw krachten in te spannen om uw goede eigenschappen allereerst te uiten met al uw kracht, dan zal u blijken, dat voor het uiten en waarmaken van die onaangename eigenschappen maar weinig tijd en weinig neiging zal bestaan. Zoek naar het positieve, ook in uzelf, maar aarzel niet uzelf te zijn en te uiten in waarheid, zelfs niet wanneer dit een uiten van bepaalde minder aanvaardbare of onaangename eigenschappen in zou houden. Geef in uw streven steeds alle aandacht aan alles wat u werkelijke vreugde en innerlijk Licht kan geven. Dit laatste zal nooit mogelijk zijn door een verwerkelijken van een meer duister deel van uw persoonlijkheid, omdat u met een dergelijke uiting nimmer gelukkig kunt zijn, er werkelijke vrede mee zult hebben.

Overigens: de begrippen licht en duister, zoals wij die bespreken, zijn niet reëel. Reëel is slechts licht en duister, zoals dit in de mens zelf geboren wordt, voortkomende uit zijn bewustzijn van het Goddelijke. Daarom kan een mens werkelijk lichtend zijn, bewust, gelukkig en goed leven, terwijl anderen hem een duisterling noemen, omdat zij zijn wezen en werken in harmonie met het Goddelijke eenvoudig niet kunnen begrijpen.

  • Meent u, dat, wanneer er een vakantie voor de wereld komt, wij beter weer zullen hebben dan de mensen in de laatste tijd?

Haast zou ik zeggen: ik vrees, dat het ook in de vakantie van de mensheid wel eens hevig zal donderen, maar er hoeven daarbij geen slachtoffers te vallen. Want de ware ontspanning, die door mij onder het begrip vakantie werd begrepen, is innerlijk en komt niet voort uit de uiterlijke omstandigheden. Er zijn mensen, die met heel weinig mogelijkheden en weinig middelen, zelfs bij zeer slecht weer, nog een daverende vakantie kunnen hebben. Anderen hebben alles, super de luxe, hebben het beste weer van de wereld en kunnen zich op de meest luxueuze wijze door anderen laten amuseren, zonder dat zij ook maar één ogenblik werkelijk vakantie hadden, maar één enkel ogenblik van werkelijke ontspanning kenden. Dat zal ook voor de wereld gelden. Gezien de inwerking van bepaalde krachten op de wereld, die sterk en haast onverwacht plotseling aan het toenemen is, lijkt mij een vakantie voor de mensheid binnen afzienbare tijd mogelijk. Maar ik ben er zeker van, dat er dan ook heel wat mensen zullen zijn die klagen. Dit ligt aan hen, want de meer bewusten zullen gelukkig zijn, omdat zij eindelijk hun te plechtige masker eens kunnen afzetten en, alle schijn terzijde latende, bewust en vanuit hun diepste innerlijk zullen kunnen werken en leven.

Meer mensen, dan u zou verwachten, verlangen naar dit laatste. Want de mensheid is moe geworden van de lege uiterlijke vormen. Daarom zegt men ook wel, dat in deze dagen de massa zo apathisch is geworden. In feite verlangt zij alleen maar naar het ogenblik, dat zij even alles terzijde kan werpen, wat zij nu als deel van haar wezen, als bezit, recht en plicht beschouwt. De mensheid wacht vol honger op het ogenblik dat zij zich, niet meer beladen met loodzware sociale en andere verplichtingen, zal kunnen uiten en waarlijk zal kunnen leven. Wanneer de mogelijkheid tot ontspanning ontstaat, zullen er mijn inziens dan ook zeer velen gebruik van maken. Er zullen heus geen orgieën in de straten komen, er zal geen bijltjesdag komen, want die dingen belooft men zichzelf wel, maar die komen niet. Wel krijgt men een gezond leven, een hervinden van waarheid omtrent het Ik in elke mens. Degenen die dit voor zich of in anderen niet kunnen verdragen, zullen wel een slechte vakantie hebben.

  • Wilt u mij harmonie definiëren?

Harmonie is het samengaan van verschillende waarden op zodanige wijze, dat zij een enkel en groots geheel weergeven in volledige samenwerking, terwijl elk van de afzonderlijke waarden binnen het geheel toch ten volle tot zijn recht blijft komen. Ik definieer dit tamelijk abstract, omdat alles, wat het Goddelijke belicht en de Goddelijke waarheid betreft, evenals de harmonie, nu eenmaal allen zeer algemeen kan worden gesteld en pas tot een werkelijkheid wordt, wanneer de mens het in zichzelf beleeft. Dit kan ik echter met woorden alleen niet weergeven.

Ik dank u voor uw aandacht.

De esoterische kant van het menselijk bestaan

Ook op deze avond zullen wij trachten te spreken over de meer esoterische kant van het menselijk bestaan. Daarbij wil ik vooral spreken over de mogelijkheden en moeilijkheden die wij hebben, wanneer wij innerlijk in contact komen met het Hogere.

De mens zoekt in zichzelf naar zijn God. Maar hij zoekt die God volgens zijn persoonlijke eigenschappen, op zijn eigen manier. Wij kunnen niet verwachten, dat het Goddelijke zich openbaart in zijn totale volheid, in iemand die zo zoekt. Wanneer ik dus, in mijzelf zoekende, een Lichtende kracht ontmoet, zal deze maar een klein facet van de werkelijke God zijn. Voor mij is dit facet echter een volledige Godheid. De waarheid, die ik in mijzelf erken, is een gedeeltelijke waarheid. Toch zal ik ook deze waarheid als een volle, alomvattende waarheid ervaren.

Hier begint – naar ik meen – een van de grote moeilijkheden van de innerlijke bewustwording. In mijzelf weet ik dat iets waar is. Het is voor mij deel van God, van het Licht. Gelijktijdig erken ik buiten mij anderen, die een totaal andere waarheid schijnen te erkennen en te beleven en toch daarin volledig gelukkig zijn. In mijzelf erken ik een Goddelijke, een kosmische wet. Maar buiten mijzelf erken ik vele verschijnselen, die – zover ik dit na kan gaan – met die wet in strijd zijn. Dan ben ik geneigd om aan mijzelf te gaan twijfelen, of – wat nog erger is – te twijfelen aan die God die ik in mijzelf erken, want iedereen die esoterisch leeft en streeft, erkent al snel dat innerlijke waarden en waarheden alleen betekenis hebben wanneer zij ook in de praktijk, zelfs in de stoffelijke praktijk, kunnen worden omgezet.

Deze moeilijkheden kunnen wij waarschijnlijk het beste als volgt oplossen. Stel voor uzelf: de Heer, die in mij leeft, de Lichtende kracht, die zich in mij openbaart, is een deel van het geheel. De wet, die ik in mij erken, is de wet die voor mij geldt. Alleen voor mij is deze wet ten volle van kracht, alleen voor mij heeft zij haar betekenis, volgens mijn innerlijke erkenning. Alles, wat buiten mij bestaat, kan geheel buiten deze wet staan. Dan is elk verschijnsel opeens meer aanvaardbaar, zonder dat de innerlijke waarheid daardoor ooit nog aangetast zal kunnen worden. Slechts mijn eigen beleven en ervaren, maar vooral mijn persoonlijk en innerlijk contact met het hogere Licht, zal voor mij kunnen bepalen, hoe zelf te leven en te streven. Daaruit alleen kan ik beseffen, wat mijn taak in het bestaan kan zijn; alleen daaruit kan ik mij realiseren, wat het woord “innerlijke bewustwording” voor mij betekent. Dan sta ik als mens wel helemaal alleen. Ook wanneer je het innerlijke pad gaat, is het soms moeilijk, om de gehele weg alleen met God te gaan. Uiteindelijk staat ook in de Bijbel geschreven, dat:  “Adam wandelde met God”. Toch vroeg Adam zijn Heer al heel snel ook hem een gezellin te geven. De mens zoekt het contact met zijn gelijken. Wanneer ik nu in de innerlijke bewustwording uitga van het Goddelijke Licht, maar in dat Licht tevens de liefde, de Goddelijke liefde erken, waaruit de liefde volgt die ook mij bindt met al het zijnde, dan heb ik ook deze moeilijkheid opgelost.

Wanneer ik in staat ben om waarlijk lief te hebben – niet op romantische manier, maar in een bewust dienen, een bewust aanvaarden – zal ik in deze liefde wel dingen doen, die voor mij innerlijk noodzakelijk en waar zijn, terwijl zij in die wereld niet als zodanig worden erkend. Maar ik zal mijzelf gelukkig weten, ondanks alle oordeel, of verwerping van de wereld die ik liefheb, omdat ik innerlijk weet, het beste te doen, wat mij mogelijk is.

Zo kan de mens de wet, die in hem leeft en voor hem volledig geldt, ervaren als een geluk, niet als iets, wat ook op anderen van toepassing moet zijn en daarbij alle onrecht aan die anderen wreken moet. Dan kun je de innerlijke wet als een grote vreugde en kracht ervaren, omdat zij het je mogelijk maakt volgens eigen wezen en maatstaven de wereld werkelijk te helpen en lief te hebben. Het niet op een voor jou kenbare wijze optreden van deze wet in het leven van anderen, wordt niet meer een onrecht, maar is eerder een genade, een gunst, die ook jou wordt bewezen.

Het bewust gaan van de innerlijke weg is, volgens mij, een van de moeilijkste dingen die er voor de mens op aarde maar kunnen bestaan. Wij kunnen nu wel spreken over die dingen, alsof dit alles gemakkelijk is, maar een los staan van alles wat je “werkelijk” noemt, los te staan vooral van alles wat beperkt menselijk is, zal alleen maar door de meest verlichten onder de mensen reeds geheel op aarde bereikt kunnen worden. Wie mens is, is immers aan zijn wereld gebonden. Trek daaruit uw conclusies. Zeg voor jezelf dat je met die wet, die kracht, dít Licht in je wezen de taak hebt om je wereld lief te hebben, te dienen, te beleven. Besef dat dit geldt voor de wereld waarin je leeft en wel op de basis van jouw beleven. Dit geldt voor je eigen wereld, zoals zij zich aan jou toont, zoals zij juist voor jou bestaat. In het besef van de zinrijkheid van het leven en de innerlijke waarden ligt het begin van de grote bewustwording.

Nimmer kunnen wij stellen dat een mens alleen maar een enkeling is, die onafhankelijk van het recht van de Schepping tot het Hogere moet gaan. De mens is een deel van een groter geheel.

Wanneer wij nu het heelal, de kosmische waarheid, zoals wij die erkennen, willen vergelijken met één enkel facet op een spiegelbal, zo zullen wij begrijpen, dat een oneindig aantal van dergelijke facetten gezamenlijk eerst de werkelijkheid vormt, de grote bol, waaruit het Goddelijke Licht overal kenbaar wordt en waarin de Goddelijke kracht zelf zich openbaart.

Zeg uzelf: Ik ben een deel van het geheel. Hoe ik ook ben en wat ik ook ben, in dit geheel heb ik mijn taak, daarin heeft mijn bestaan een functie, daarin alleen heeft mijn leven werkelijk zin. Zeg verder tot uzelf: Wanneer het Licht, dat in en door mij straalt, door mij als Goddelijk is erkend, hoef ik mij niet meer af te vragen op welk deel het zich richt. Ik ken immers toch de gehele scheppende kracht, de gehele kosmische werkelijkheid niet? Maar ik moet het Licht, dat zich in mij openbaart, door doen stralen naar mijn wereld. Ik moet voor mijzelf verder erkennen, dat in allen naast en rond mij dergelijke stralen van hetzelfde Licht tot uiting kunnen komen, anders gericht en misschien geheel anders werkende, maar in wezen geheel aan de krachten en het Licht in mij gelijk.

Heb ik dit aanvaard, dan kan ik in mijzelf – ondanks de beperkingen van mijn ervaren van God en Goddelijke werkelijkheid – toch al een kosmische eenheid aanvaarden en aanvoelen. Het bewustzijn van de esotericus reikt meestal nog niet zover, dat het voor hem een kenbare werkelijkheid wordt, maar wel kan de esotericus deze waarden al in zich beleven, alsof zij een gevoel zijn, dat zich nog aan een nadere omschrijving onttrekt. Dan worden deze waarden voor hem tot een emotie, die hem steunt, hem voortdrijft, hem kracht geeft. Zo abstract begrippen als eer en recht in de mensenwereld soms kunnen zijn, zo abstract is – vanuit een redelijk standpunt bezien – dit innerlijk gevoel van eenheid. Maar deze abstractie is beleefbaar en brengt gevolgen met zich.

Wanneer ik datgene ben, naar beste weten en kunnen, wat de in mij erkende Goddelijke kracht mij zegt te zijn, wanneer ik leef volgens de Goddelijke wetten die ik in mijzelf erken, reeds in mijn wereld de taak vervullende die ik in mij erken als mijn persoonlijk deel van de kosmische werkelijkheid, zo hoef ik mij verder niet af te vragen waarheen mijn weg dan wel menselijk redelijk voert.

Wanneer je je bezig houdt met de esoterie, ben je vaak geneigd te gaan filosoferen. Stelling na stelling bouw je op om de grote geheimen van het leven te verklaren. Je probeert binnen een redelijk concept niet alleen je aanvoelen van God vast te leggen, maar ook alles wat uit God is voortgekomen. Ook daar dreigen wij te falen, want wij kunnen alleen maar een deel van het Goddelijke in onszelf erkennen, beleven en aanvaarden. Wij bouwen onze stellingen op grond van deze onvolledige belevingen en erkenningen, zodat wij op een deel van de waarheid een these trachten te bouwen, die het geheel verklaart, waardoor zij niet juist en vaak grotendeels vals is.

Beperk dus uw menselijk denken en filosoferen tot waarden die benaderbaar en begrijpbaar blijven, maar beleef uw God en de kosmische waarheid volgens uw innerlijk leven. Dan zal de esoterie u snelle bewustwording van eigen wezen en een steeds groeiend begrip voor de Goddelijke krachten die zich door u uiten, betekenen.

image_pdf